Gesprek met Laurent Vrijdaghs, Voorzitter van de Regie der Gebouwen : “We worden als een ernstige partner gezien”

<i>Laurent Vrijdaghs</i>
Laurent Vrijdaghs

 INTERVIEW  (03/06/14) - De Regie der Gebouwen is als vastgoedspecialist van de federale staat enorm belangrijk: met zo’n 1.400 gebouwen – al of niet eigendom van de staat - die zij beheert, met een oppervlakte van circa 8 miljoen m² is zij een belangrijke component binnen de federale overheid. De Regie der Gebouwen is de laatste jaren echter vrij negatief in de pers gekomen.

Om de malaise tegen te gaan is vanaf 1 februari 2008 een nieuw directiecomité onder het voorzitterschap van Laurent Vrijdaghs, administrateur-generaal, aan de slag gegaan, om als een frisse wind binnen de Regie der Gebouwen te waaien.

Argument : Een frisse wind, mijnheer Vrijdaghs, hoe heeft u dat voor elkaar gekregen?
Vrijdaghs: Wij houden nu veel meer rekening met de corebusiness. Hiervoor hebben wij de structuur volledig moeten transformeren: van een klassieke piramidestructuur zijn wij overgeschakeld naar een matrixstructuur met 3 belangrijke pijlers, Immo, Constructie en Facility. Alle projecten worden in de desbetreffende pijler geplaatst.

Onze werkomgeving verandert ook voortdurend, is de Regie der Gebouwen ook op die trein gesprongen?
Vrijdaghs: Heel zeker. Het nieuwe werken is ons zeker niet vreemd.  Zo passen wij nieuwe normen toe voor de bezetting van gebouwen. Het is evident dat wij hierbij ook het goede voorbeeld geven, zeker naar onze klanten toe. De goede punten van de Regie zijn dat de Regie kwalitatief, kwantitatief en met een standaardbehoefteprogramma werkt. Wij werken ook met een administratief reglement voor zowel de klant als voor de Regie der Gebouwen. Dit is goed voor de transparantie en vermijdt op langere termijn discussies.

Het is niet vanzelfsprekend om al deze vernieuwingen op zo’n korte tijd te verwezenlijken. Hoe heeft u dat gerealiseerd?
Vrijdaghs: Eerst hebben wij de achterstand van de jaarrekeningen weggewerkt en met gunstig resultaat: de jaarrekening 2012 werd in 2013 ingediend. Maar onze inspanningen mogen op dat vlak zeker niet stoppen: enkel met een moderne boekhouding kunnen wij anticiperen met de federale boekhouding. Bij de aanwervingen van personeelsleden zijn wij in 2013 op kruissnelheid gekomen. Zo treden wij ook proactief op om personen met strategische functies sneller te vervangen.

De Regie moet soms heel snel optreden. Ik denk hierbij aan de bouw van Gevangenissen.
Vrijdaghs: Voor promotieopdrachten hebben wij het voordeel om de financieringstechnieken te kiezen. Zo wordt bijvoorbeeld voor de EPI de PPP-techniek gekozen (Publiek, Privé en Partenariaat). Gebruik makend van die PPP-techniek werden verschillende nieuwe gevangenissen gebouwd.

Het PPP-systeem wordt toegepast indien er geen kredieten beschikbaar zijn, bij het inhuren van gebouwen en bij promotieopdrachten (constructie via een promotor en daarna terug inhuren). Maar de Regie blijft wel in alle promotieopdrachten de bouwheer. Hierbij is het cruciaal om de projecten in een bestek uit te schrijven. Ook wordt het DBF (design en beeld) en het DBFM (onderhoud verzekert door privépartner) gebruikt.

Er is een lijn getrokken tussen het verleden en het heden met de toekomst van de Regie

Dit is een manier om de projecten te laten vooruitgaan en te doen slagen. Deze projecten worden opgevolgd door een speciale cel in alle regio’s.

Iedere nieuwe creatie is voor ons dan ook een nieuwe uitdaging: geen twee projecten zijn immers gelijk en wij bouwen zo verder aan onze kennis door deze nieuwe ervaringen (bij het Europees parlement, bij Defensie enz.).


Kan de Regie der Gebouwen wel autonoom werken met al deze gespecialiseerde klanten?
Vrijdaghs: Uiteraard dient de Regie der Gebouwen een luisterend oor te hebben voor de behoefte van haar klanten. Maar toch blijft ze autonoom. Dit kan doordat de Regie der Gebouwen ook een taskforce heeft met de verschillende stakeholders: in die taskforce zitten  o.a. Justitie (gevangenissen en Rechterlijke Orde), de Federale Politie, FEDASIL (proactief voor de winteropvang) en de Wetenschappelijke instellingen (Rijksarchief, musea, laboratoria e.d.) De samenwerking gebeurt op een efficiënte manier in functie van de middelen en in het belang van de klant.

Over middelen gesproken, zijn er wel voldoende beschikbare middelen?
Vrijdaghs: Voor alle duidelijkheid: neen. Anders kon de Regie immers zonder de privé werken. In 2013 hadden wij net voldoende middelen om te blijven werken. Van de 100% die de Regie als voorziene dotatie kreeg, werd maar 70% beschikbaar gesteld. Een besparing dus van 30%. In 2014 zal de Regie der Gebouwen maar over een dotatie van 70% kunnen beschikken, welke waarschijnlijk nog zal verminderd worden. Het wordt dan op zijn minst gesteld bijzonder moeilijk om het patrimonium onder die omstandigheden te behouden.

De besparingen zullen dus zeker een impact hebben op de werking. En hoe zit het met de besparingen op het personeelsvlak?
Vrijdaghs: Ik kan het zo stellen: op het gebied van de onderbenutting hoort de Regie der Gebouwen tot de beste leerlingen. Na Defensie met een vermindering van de personeelsbezetting met 14% volgt de Regie der Gebouwen met een vermindering met 13,80%. Dank zij de nieuwe matrixstructuur, de kennis en de efficiëntie kunnen wij echter blijven bestaan.

Bestaat het gevaar niet dat er aldus gaten in het organogram ontstaan, met als gevolg dat federale administraties eventueel overgaan om de gebouwen zelf te beheren?
Vrijdaghs: Zo’n vaart zal het niet lopen. Wij blijven de partner van alle federale administraties. Maar enkel wij hebben het gespecialiseerd personeel en de kennis om een goed beheer te hebben. Bij de gevangenissen is het uiteraard aangewezen om dringende herstellingen onmiddellijk uit te voeren, maar deze interventies gebeuren dan wel op basis van bestekken van de Regie der Gebouwen.

Speelt ook het verleden met de corruptieschandalen u geen parten?
Vrijdaghs: Er is een lijn getrokken tussen het verleden en het heden met de toekomst van de Regie. De Regie der Gebouwen heeft een commissie tegen de corruptie gecreëerd. Dit is een versterking voor de Regie. De Regie heeft met dit verleden gebroken. Ook onze klanten zien dat en wij worden dan ook als een serieuze partner gezien. Wij zijn mee op de boot gesprongen bij de vernieuwing van de Federale overheidsdiensten. Wij beschikken nu over een managementplan. Wij evolueren nog steeds conform de evolutie in de bouwsector en de vastgoedmarkt. Bij de interne organisatie zijn de investeringen goed, er is interne controle, een riskmanagement en een procuremanagement. Voor de klanten is er een portaildesk ter beschikking gesteld dat rechtstreeks in verbinding staat met de klantendienst van de Regie. De klanten zijn dankbaar voor het geleverde werk en er is opnieuw vertrouwen in de Regie der Gebouwen.

Mijnheer Vrijdaghs, wij feliciteren u met de verlenging van uw mandaat. U hebt heel wat verwezenlijkingen op uw palmares. Hoe ziet u de toekomst?
Vrijdaghs: Mijn verhaal is hier duidelijk nog niet af. Ik ga niet wegsteken dat ik graag verder voor de Regie der Gebouwen wil werken en mij verder blijven inzetten. In 2008 en 2009 was er een operationele werking en een generale administratie. 2010 was het jaar van lopende zaken bij de regering. Hierdoor heeft de starttijd bijzonder lang geduurd. Dit was helemaal geen sinecure en een bijzondere uitdaging.  Er moeten nog heel wat zaken geoptimaliseerd worden. Ook ben ik er mij van bewust dat het voor onze personeelsleden niet altijd gemakkelijk is: velen moeten zich nog vinden in de nieuwe manier van werken met een nieuwe omschrijving van hun functie. Dit geldt voor iedereen. Er zijn immers nog diensthoofden die nog teveel gericht werken naar projecten maar hun personeel niet coachen. Dit zal in de toekomst niet meer kunnen.

Mogen wij naar uw doelstellingen vragen?
Vrijdaghs: Jazeker. Belangrijk hierbij is:

  • De doorvoering van onze matrixstructuur voortzetten;
  • Een strategisch comité oprichten;
  • Het integriteitscharter uitwerken met onze verschillende externe partners;
  • De preventieve controles tegen sociale fraude verhogen;
  • De modernisering van ons boekhoudsysteem uitvoeren;
  • De nieuwe evaluaties in goede banen leiden;
  • De cartografie van de vakfuncties verduidelijken.

U ziet, er is nog een lange weg af te leggen om alles in goede banen te leiden en efficiënt te kunnen werken.

Succes mijnheer Vrijdaghs.

Interview: Micheline ZAMAN

Onze website maakt gebruik van cookies. Dit helpt ons om je een betere gebruikerservaring te bieden en laat ons ook toe onze website te optimaliseren.  Door verder te surfen, stem je in met het gebruik hiervan.

Meer infoSluiten